Oogafwijkingen

Macula Degeneratie

Maculadegeneratie is een aandoening van het centrale gedeelte van het netvlies, de macula lutea, of gele vlek.

Bij maculadegeneratie sterven de kegeltjes in het centrum van het netvlies af. Het scherpe zien verdwijnt daardoor en er blijft midden in het beeld een vlek achter. De rest van het netvlies blijft dus wel werken, zodat men in staat blijft om zijn weg in huis en daar buiten min of meer zelfstandig te vinden, ook al mist men dan scherpte.

 

Belangrijkste typen maculadegeneratie

  • Juveniele maculadegeneratie: treedt al op jonge leeftijd op en is erfelijk. Deze vorm komt betrekkelijk weinig voor.
  • Leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD): komt verreweg het meeste voor en hierbij zijn twee belangrijke vormen te onderscheiden:
    1. de droge vorm: ongeveer 80-90% van de gevallen
    2. de natte vorm: ongeveer 10-20% van de gevallen

 

 

Droge LMD

Bij deze vorm ontstaan kleine bleekgele afzettingen, 'drusen' genoemd, die zich ophopen in het centrale deel van het netvlies (de macula). Het ontstaan van deze 'drusen' gaat samen met vermindering van het aantal kegeltjes in de macula, waardoor het zien verslechtert. Een sluipend en zéér langzaam verlopend proces, waarbij het vele jaren kan duren voordat het gezichtsvermogen achteruit gaat.

 

Vochtige of natte LMD

Bij deze zeldzamere vorm verloopt het verlies van het gezichtsvermogen sneller. Er ontstaan bloedvaatjes achter de macula, waarbij vocht en bloed in of onder het netvlies terecht komt (daarom wordt dit 'natte' LMD genoemd). Doordat bloed de lichtgevoelige cellen in het netvlies beschadigt, veroorzaakt dit een snelle en ernstige achteruitgang van het gezichtsvermogen. Uiteindelijk ontstaat een litteken in de macula met verlies van het centrale gezichtsvermogen als gevolg.

Klachten en beloop

Het oog kent het centrale en het perifere zien.

Het centrale zien zorgt voor het scherpe zien, het zien van fijne details. Dat doen we met het centrale deel van het netvlies, de macula. In dit gebied zit een hoge concentratie aan kegeltjes.

Het perifere zien is het gezichtsveld. Dus dat wat we van de omgeving zien terwijl we de blik recht vooruit richten. Bijvoorbeeld bewegingen kunnen met dit deel van het netvlies juist goed onderscheiden worden. Denk aan het opmerkzaam worden dat iemand met de auto of de fiets van rechts op je afkomt, daarna wordt er pas met het centrum van het netvlies naar gekeken en is er de gewaarwording van wat er precies te zien is. In dit geval spelen de staafjes de belangrijkste rol.

Bij MD neemt het centrale zien af, het perifere zien blijft vrijwel altijd intact. Het afsterven van de kegeltjes wordt macula degeneratie genoemd. Het scherpe zien verdwijnt en er blijft midden in het beeld een vlek achter. De rest van het netvlies blijft dus wel werken, zodat men in staat blijft om zijn weg in huis en daar buiten min of meer zelfstandig te vinden, ook al mist men dan scherpte.

De aandoening kan leiden tot slechtziendheid (niet tot blindheid) voor veraf en dichtbij waarbij er een ernstige visuele handicap kan ontstaan met verstrekkende gevolgen voor bijv. beroep, hobby's etc. De mate waarin dit het geval zal zijn, is echter moeilijk te voorspellen. Vaak komt de aandoening in beide ogen voor (ongeveer 50% van de gevallen). Echter het hoeft niet tegelijkertijd in beide ogen op te treden. Als 1 oog is aangedaan door MD dan is de kans dat het andere oog ook MD krijgt ongeveer 10-14% per jaar.

Behalve een vermindering van de gezichtsscherpte, kan men ook last krijgen van een beeldvertekening (metamorfopsie genoemd). Dit is vaak één van de eerste klachten bij de natte MD. Hierbij zijn de rechte lijnen van bijvoorbeeld de badkamertegels, luxaflex of deuren niet meer recht maar krom geworden. Het is belangrijk om dan contact op te nemen met uw oogarts. De beeldvertekening kan getest worden met een zogenaamde Amslerkaart.

Sommige slechtziende patiënten nemen beelden waar (visuele sensaties) die er in werkelijkheid niet zijn (niet-psychotische visuele hallucinaties genoemd). De patiënt is zich ervan bewust dat dit geen reële beelden zijn en dat er iets niet klopt. Dit wordt het Charles Bonnet syndroom (CBS) genoemd, hetgeen geassocieerd is met MD en de behandeling ervan. De oorzaak is onbekend. Risicofactoren zijn een lager gezichtsvermogen (< 0.3 in het beste oog) en een hoge leeftijd (>65 jaar).

Bij de droge vorm van MD, de meest voorkomende vorm van leeftijdsgebonden MD, kan het jaren duren voordat het zicht duidelijk merkbaar achteruit gaat. Gewoonlijk zijn beide ogen min of meer aangedaan. In het algemeen verslechtert de droge vorm langzamer dan de natte MD. Bij verslechtering treedt een wazige vlek op in het midden van het gezichtsveld. In sommige gevallen gaat de droge vorm over in de natte vorm.

Bij de natte vorm van MD verloopt het proces vaak veel sneller dan bij de droge MD; soms zelfs heel snel. Opvallend is dat het andere oog nog een tijd redelijk goed kan blijven, maar ook hier moet men er rekening mee houden dat, vroeg of laat, beide ogen getroffen kunnen worden. Men schat dat 40-50% van de patienten met een natte MD in het ene oog, binnen 5 jaar ook de aandoening in het andere oog krijgt.